Column: de Hoogstraat 26

Tot aan de 41ste Molenmarkt op 14 september schrijft oud molenaar Hans Dobbe iedere week een verhaal over een van de vele molens, die ooit in Wageningen werkten en een levendig panorama vormden in onze stad. Schilderachtig mooi en voor velen nog totaal onbekend tot nu toe, wordt er een overzicht gegeven.

Hoogstraat 26, waar tussen 1647 en 1891 een succesvolle grut- en mosterdmolen was. (Foto H. Dobbe)

In het grote pand Hoogstraat 26 met uitgang aan de Kapelstraat 1 bevond zich een grutmolen en ook nog een mosterdmolen. Rosmolenactiviteiten werden daar al genoemd in 1647. Ook hier werd de naam Jordens  genoemd. In 1812 was Thomas Jordens eigenaar van het huis, het erf en de grutterij. Zijn zoon Jan Jordens hield naast de grutterij ook nog een veestapel, waaronder 2 merries, 6 koeien en een varken. Verder hoorde erbij 1 rijtuig, 1 kar en 1 stortkar. Het zal in de 19e eeuw nog een geurige bedoening geweest zijn in de binnenstad van Wageningen. In 1858 koopt G.Hooijer het hele perceel waaronder de grutmolen en de mosterdmolen, gedreven door een paard.  En in 1891 zet dezelfde Gerhard Hooijer te koop “de 2 huizen met ruim achterhuis, gelegen op den besten stand aan de Hoogstraat te Wageningen met uitgang in de Kapelstraat, waar wordt uitgeoefend een van ouds bekende grutters- en kruidenierszaak met grutterij en eest (droogoven) met daarbij een in werking zijnde rosmosterdmolen.”  De verkoop vond plaats in het Koffiehuis De Roos van Martinus de Roos. ( voorheen Het Geldersch Welvaren). Op de plaats van Koffiehuis De Roos is nu het bekende Modehuis De Windt.

In 1920 had Henri Bakker zijn bedrijf in automobielen in het pand Hoogstraat 26 op hetzelfde grote perceel als waar daarvoor de grutterij was. In de Kapelstraat had Henri Bakker ook een benzinepomp. Hij werd landelijk bekend omdat hij een van Nederlands eerste vliegeniers was. Later is daar ook jarenlang het Beddenmagazijn van Hoefsloot gevestigd geweest.